Hoofdstuk 4 · Les 4.3
Zet je schrijfproject en bestanden klaar
Bundel je opdracht, beoordelingscriteria, voorbeelden en instructies, zodat AI weet welk verslag je wilt maken.
Een goede werkplek voor jouw verslag
Zet je opdracht, criteria en instructies bij elkaar. Bekijk hieronder waar je het project aanmaakt en wat de bestanden uit de demonstratie doen.
Hier maak je het project aan
Klik op het plusje naast Projecten in de zijbalk. Daar maak je een nieuw project aan.
Uitsnede van de zijbalkDe precieze namen en plaats van knoppen kunnen in jouw versie iets verschillen. Heb je geen projectfunctie, dan kun je de bestanden ook in één gesprek gebruiken.
Je bestanden en hun functie
Kies een bestand om de functie en inhoud te bekijken en het te downloaden. De hoofdstukinstructies, criteria en verslagprompt vormen samen de basis van dit voorbeeldproject.
TXTVerslagpromptDe opdracht en de afspraken over jullie samenwerking.
Deze prompt vertelt AI wat het moet maken, welke bestanden het gebruikt en hoe jullie stap voor stap werken. Gebruik de vijf kopjes ook bij je eigen opdracht.
Download de verslagpromptHelp mij mijn schoolverslag of onderzoeksverslag te maken. We werken aan één onderdeel tegelijk. Ik lever mijn opdracht, bronnen, notities en eigen resultaten aan. Jij helpt met een duidelijke opbouw en een eerste tekst, voor zover dat volgens mijn schoolafspraken mag.
Vraag eerst welk vak, schoolniveau en leerjaar bij mijn opdracht horen als je die nog niet weet. Gebruik begrijpelijk Nederlands dat daarbij past. Mijn opdracht en de criteria van mijn docent bepalen wat erin moet en hoe uitgebreid het wordt. Neem geen universitaire opbouw over als mijn opdracht die niet nodig heeft.
Vraag welke AI-hulp bij deze opdracht is toegestaan. Als dat onduidelijk is, help mij de vraag aan mijn docent te formuleren voordat je de definitieve tekst uitwerkt.
Verzin geen ervaringen, metingen, antwoorden van mensen of onderzoeksresultaten. Schrijf alleen alsof ik iets heb uitgevoerd als ik dat zelf heb bevestigd. Maak onderscheid tussen een plan en iets wat werkelijk is gebeurd.
Gebruik mijn eigen opdracht, beoordelingscriteria, notities en bronnen. Benoem welk bestand je waarvoor gebruikt. Controleer of je de bestanden in deze chat echt kunt lezen. Ontbreekt iets wat je nodig hebt, vraag er dan om en wacht.
Ik kan de hoofdstukhulpen uit deze les toevoegen: Inleiding, Bronnenhoofdstuk, Onderzoeksaanpak, Resultaten, Conclusie, Terugblik en Aanbevelingen. Het zijn hulpmiddelen, geen verplichte hoofdstukindeling. Gebruik alleen wat bij mijn opdracht past. Het bestand Beoordelingscriteria onderzoek.xlsx bevat voorbeeldvragen voor mijn eigen controle; de echte criteria van mijn docent gaan voor.
Gebruik alleen bronnen die je kunt controleren. Verzin geen titels, auteurs of verwijzingen. Leg bij een bron uit welke informatie mijn tekst ondersteunt. Volg de manier van bronvermelden die mijn school vraagt.
Als ik een voorbeeldverslag toevoeg, gebruik het alleen om de opbouw, lengte of stijl te begrijpen. Neem geen feiten, ervaringen, onderzoeksresultaten of zinnen uit dat voorbeeld over. Heb ik geen voorbeeld toegevoegd, ga dan niet uit van een bestaand voorbeeldbestand.
1. Vraag aan welk onderdeel ik wil werken en wat de opdracht vraagt. Stel maximaal drie vragen tegelijk en wacht op mijn antwoord. 2. Bekijk mijn materiaal en stel een korte opbouw voor. Benoem welke informatie nog ontbreekt. Wacht op mijn keuze of aanpassing. 3. Werk de afgesproken opbouw uit met mijn informatie. Pas de hoeveelheid hulp aan de schoolafspraken aan. Verzin niets om een gat op te vullen; stel een gerichte vraag als dat nodig is. 4. Laat zien wat ik nog moet controleren, zoals een bron, berekening of ontbrekend gegeven. Geef ruimte voor mijn feedback en verbeter alleen wat we afspreken. 5. Ga pas naar een volgend onderdeel wanneer ik dat wil.
Begin bij stap 1.
ExcelChecklist voor je onderzoekVoorbeeldvragen om je eigen onderzoek na te kijken. Vul de criteria van je docent aan.
Het werkblad Mijn verslag bevat voorbeeldvragen over je onderzoeksvraag, bronnen, aanpak, resultaten en conclusie. Gebruik de echte criteria van je docent als die hiervan afwijken.
Download het Excel-bestand voor de volledige voorbeeldvragen. Vul je eigen controle en de criteria van je docent aan.
Word1. InleidingJe onderwerp, de aanleiding en wat je wilt onderzoeken.
Maak duidelijk waar jouw verslag over gaat en welke vraag je gaat beantwoorden. Begin bij je onderwerp: Leg in gewone woorden uit waar je onderwerp over gaat. Geef alleen achtergrond die helpt om jouw vraag te begrijpen. Gebruik een bron voor een feit dat je niet zelf hebt vastgesteld. Kies een duidelijke vraag: Schrijf één vraag op die je met deze opdracht kunt beantwoorden. Controleer of het onderwerp niet te breed is voor de beschikbare tijd en het materiaal. Deelvragen helpen alleen als ze samen de hoofdvraag beantwoorden. Vertel wat de lezer kan verwachten: Beschrijf kort wat je hebt gedaan of gaat doen en hoe je verslag is opgebouwd. Schrijf een plan niet alsof je het onderzoek al hebt uitgevoerd. Controleer je werk: Controleer of je onderwerp, vraag en aanpak bij elkaar passen. Kan iemand uit je klas na deze inleiding vertellen wat je wilt uitzoeken?
Word2. BronnenhoofdstukBegrippen uitleggen, bronnen vergelijken en verbanden zichtbaar maken.
Gebruik betrouwbare bronnen om de belangrijkste begrippen en ideeën bij jouw vraag uit te leggen. Leg begrippen uit: Kies de begrippen die de lezer nodig heeft. Beschrijf ze met behulp van je leerboek of andere passende bronnen. Laat zien hoe ze bij jouw vraag horen. Vergelijk wat bronnen zeggen: Schrijf niet alleen een rij samenvattingen. Benoem welke informatie overeenkomt, waar bronnen verschillen en wat jij daarvan nodig hebt. Een bron die niet te controleren is, gebruik je niet als bewijs. Maak brongebruik zichtbaar: Houd bij welke informatie uit welke bron komt. Volg de manier van bronvermelden die je docent vraagt. Vraag AI om uitleg over jouw bronnen; laat het geen auteurs, titels of citaten verzinnen. Controleer je werk: Kun je de belangrijkste uitspraken terugvinden in de bronnen? Zijn de begrippen bruikbaar voor jouw vraag en begrijpelijk uitgelegd?
Word3. OnderzoeksaanpakWat ga je onderzoeken, hoe doe je dat en waarom past die aanpak?
Leg uit hoe je informatie verzamelt om jouw vraag te beantwoorden. Kies een passende manier: Je kunt bijvoorbeeld bronnen vergelijken, meten, observeren, een proef uitvoeren of mensen vragen stellen. Kies wat jouw vraag nodig heeft en bespreek de aanpak met je docent. Beschrijf de stappen: Vertel welk materiaal je gebruikt, welke stappen je zet en hoe je de uitkomsten gaat vergelijken. Noteer keuzes die iemand anders nodig heeft om te begrijpen wat je deed. Houd het zorgvuldig: Vraag toestemming wanneer dat nodig is. Deel geen namen of persoonlijke verhalen in een chatbot zonder dat dit mag. Leg uit wat je aanpak wel en niet kan laten zien. Verzin geen deelnemers of metingen. Controleer je werk: Past je aanpak bij je vraag? Kan een klasgenoot je stappen volgen? Staat er duidelijk wat gepland is en wat al echt is gedaan?
Word4. ResultatenDe onderzoeksgroep, bevindingen per deelvraag en belangrijkste resultaten.
Laat zien wat je hebt gevonden voordat je uitlegt wat je ervan vindt. Orden je uitkomsten: Gebruik je deelvragen of een andere logische volgorde. Kies de uitkomsten die nodig zijn om jouw vraag te beantwoorden. Bewaar ook resultaten die je verwachting tegenspreken. Maak tabellen en grafieken leesbaar: Geef elke tabel of grafiek een duidelijke titel. Benoem wat getallen, assen en eenheden betekenen. Controleer tellingen en berekeningen aan de hand van je echte gegevens. Blijf bij je materiaal: Een voorbeeld of losse mening zegt niet vanzelf iets over een hele groep. Laat AI helpen ordenen, maar controleer dat het niets toevoegt, weglaat of als zeker presenteert terwijl het onzeker is. Controleer je werk: Zijn alle genoemde uitkomsten terug te vinden in je gegevens? Kun je uitleggen waar elke tabel of conclusie uit een gesprek op is gebaseerd?
Word5. ConclusieDe hoofdvraag beantwoorden op basis van de resultaten.
Geef met jouw resultaten een duidelijk antwoord op de hoofdvraag. Beantwoord de vraag: Begin bij wat je wilde uitzoeken. Vat de belangrijkste uitkomsten samen die het antwoord ondersteunen. Gebruik geen nieuw feit dat je eerder nog niet hebt onderzocht. Zeg hoe zeker het antwoord is: Benoem wanneer jouw onderzoek geen volledig antwoord geeft. Een verband betekent niet automatisch dat het ene het andere veroorzaakt. Pas de sterkte van je uitspraak aan het bewijs aan. Schrijf een begrijpelijk slot: Maak duidelijk wat de lezer nu weet. Houd de conclusie kort genoeg om het antwoord te herkennen, maar geef wel de onderbouwing die nodig is. Controleer je werk: Beantwoord je echt de hoofdvraag? Ondersteunen de resultaten iedere uitspraak? Heb je geen nieuwe gegevens toegevoegd?
Word6. TerugblikWat ging goed, wat kan beter en hoe zeker zijn je conclusies?
Leg uit wat goed ging, wat beperkt was en hoe je het onderzoek zou kunnen verbeteren. Kijk naar je aanpak: Beschrijf welke keuzes invloed kunnen hebben op het resultaat, zoals weinig metingen, één groep deelnemers of onduidelijke vragen. Leg uit wat dat voor je antwoord betekent. Vergelijk verwachtingen en uitkomsten: Vertel of je vond wat je verwachtte. Noem mogelijke verklaringen als mogelijkheden, niet als bewezen feiten. Verbind je terugblik aan je bronnen en resultaten. Kies een gerichte verbetering: Wat zou je bij een volgende poging anders doen en waarom? Een concrete verbetering is nuttiger dan alleen zeggen dat je meer tijd nodig had. Controleer je werk: Benoem je de belangrijkste beperking eerlijk? Is duidelijk welke verbetering helpt en welke nieuwe vraag je zou willen onderzoeken?
Word7. AanbevelingenWat raad je aan op basis van je onderzoek en hoe kan dat worden uitgevoerd?
Stel alleen iets voor dat past bij wat je hebt onderzocht en gevonden. Verbind je voorstel aan een uitkomst: Leg bij elke aanbeveling uit welk resultaat of probleem ermee samenhangt. Is er nog te weinig informatie, adviseer dan eerst verder uitzoeken. Maak het uitvoerbaar: Beschrijf wie iets kan doen, wat de eerste stap is en welke middelen of afspraken nodig zijn. Houd rekening met de schaal van jouw schoolopdracht. Blijf realistisch: Beloof geen effect dat je niet hebt aangetoond. Presenteer een idee als een voorstel dat besproken of getest kan worden. Controleer je werk: Kun je bij ieder voorstel aanwijzen waar het vandaan komt? Is de eerste stap duidelijk en haalbaar?
Voeg daarna je eigen onderwerp, praktijkinformatie en inhoudelijke bronnen toe. De bestanden uit het pakket bepalen de werkwijze; ze bevatten nog geen onderzoek voor jouw verslag.

Kernpunten in tekst
Een schrijfproject bundelt opdracht en criteria, hoofdstukinstructies, eigen bronnen en notities, een optioneel eigen voorbeeld en werkafspraken. Vertel AI welke functie ieder bestand heeft.
Vraag of ervaring delen
Vragen en ervaringen
Denk verder over deze les
Stel een vraag, deel je ervaring of help een andere leerling op weg. Alleen ingelogde leerlingen en bevoegde beheerders kunnen meelezen.
Reacties zijn alleen zichtbaar met een leerlingenaccount.
Deel geen privégegevens. Reacties zijn alleen zichtbaar voor ingelogde leerlingen en bevoegde beheerders van AI Voor Leerlingen.